Welkom op de nieuwe EE-m@gazine website!

Sinds januari 2016 kan je terecht op onze volledig nieuwe website. Voorlopig kan je nog even grasduinen op de oude website.

"Het dictee is passé"

Vandaag berichtte een krant onder de titel "Het dictee is zo passé" het volgende:

"Een oefening begrijpend lezen gaat nu zo: leerlingen lezen een tekst op papier en krijgen daar enkele vragen over. Dat moet anders, vindt de Taalunie. Geef hen eerst de vraag, en laat hen die oplossen door bronnen te consulteren, op papier en online.

Ook het klassieke dictee moet eraan geloven. Teksten worden vandaag toch vooral op computers gemaakt, is de redenering. Leer jongeren liever omgaan met online woordenboeken en spellingcorrectors.

Het zijn enkele voorbeelden van hoe ons Nederlands onderwijs volgens de Taalunie een radicale omslag moet maken. ‘We moeten jongeren nieuwe vaardigheden bijbrengen in dit digitale tijdperk, zoals kritisch leren omgaan met info die ze online vinden,’ zegt taalkundige Kris Van den Branden (KU Leuven) medeauteur van een advies dat de Taalunie schreef aan de Vlaamse en Nederlandse ministers van Onderwijs en Cultuur."

"bron: De Standaard"

Juf Ann gaat in de spellingslessen op haar eigen manier om met woorden correct leren schrijven. Zo werkt zij, naar de inzichten van Carol Dweck, met groeiblaadjes.

De eerste verandering bestond erin de aanbreng van het pakket te verplaatsen naar vrijdag van de week ervoor, in plaats van maandag. De kinderen maken kennis met de woorden, de spellingmoeilijkheid wordt besproken en er volgt een eerder creatieve verwerking van de woorden (bv. woorden schrijven met verschillende kleuren viltstiften, een collage maken van de onthoudwoorden – prenten en woorden -, een woordzoeker maken waarin woorden van het pakket verstopt zitten, rijmwoorden zoeken bij bepaalde woorden – bv. bij de woorden met “-aai, -ooi, -oei” en er eventueel een kort gedichtje of enkele zinnen op rijm mee maken - , woorden schrijven met letters die veranderen van grootte van klein naar groot of van groot naar klein, …). Kinderen die zich al een beetje willen voorbereiden, mogen op vrijdag hun spellingboek al mee naar huis nemen.

Op maandag worden de woorden en de spellingmoeilijkheid herhaald en daarna volgt het eerste groeiblaadje. Dit is het eerste onmisbare ankerpunt van deze werkwijze. De leerkracht dicteert de woorden van het woordpakket en de leerlingen schrijven die woorden op een zogenaamd “groeiblaadje”. Nadien wordt gecorrigeerd (in het 2de leerjaar door de leerkracht) en onderaan genoteerd hoeveel woorden ze juist hebben (geen punten op 20). Belangrijk is om geen punten te geven. Dit werkt demotiverend. De focus moet liggen op wat al goed gaat. De woorden die de kinderen fout geschreven hebben, worden op een lijst “mijn moeilijke woorden” genoteerd: dit zijn de woorden die de kinderen in de loop van de week extra goed zullen oefenen. Diezelfde dag schrijft elk kind minstens één zin op waarin een woord (of meerdere woorden) van het woordpakket opgenomen is. Dit levert voor mij materiaal om achteraf te bespreken.

Dinsdagmorgen schrijf ik enkele zinnen van de kinderen op het bord. Deze zinnen worden samen met de kinderen bekeken, besproken, geëvalueerd. Zowel volledig correcte zinnen als zinnen met foutjes komen op het bord. Er wordt enerzijds gekeken naar spelling (uiteraard), maar anderzijds ook naar taalbeschouwing, interpunctie, inhoud en creativiteit. Vervolgens worden de oefeningen in het werkboek gemaakt en diezelfde dag verbeterd door mij en door de leerlingen. ’s Avonds gaat het werkboek mee naar huis om de woorden thuis verder in te oefenen. Waarbij ik aanstuur om extra aandacht te hebben voor de lijst “mijn moeilijke woorden”.

Woensdag start hetzelfde als dinsdag: ik schrijf weer enkele zinnen van de kinderen op het bord en deze worden op dezelfde manier besproken. Ik leg er telkens de nadruk op dat we dit doen om bij te leren, om te leren van onze fouten, maar ook om te laten zien wat al goed is, wat ze al kunnen (er zijn ook correcte zinnen bij en geen enkele zin is helemaal fout). Inhoudelijke appreciatie en goedkeuring naar formulering van de zinnen komen zeker ook aan bod! Na deze bespreking doe ik afwisselend de ene week partnerdictee en de andere week dictee in heterogene groepjes. Andere vormen van dictee zijn eveneens mogelijk! Bij partnerdictee dicteren de kinderen om beurt vijf woorden van het woordpakket aan elkaar en na elk rijtje van vijf woorden wordt meteen verbeterd met correctiesleutels. De andere keer maak ik heterogene groepjes van drie leerlingen. Ik dicteer een woord en de kinderen schrijven dat woord op. Daarna gaan de kinderen met elkaar overleggen: hebben we alle drie hetzelfde opgeschreven? Wie heeft iets anders? Welke oplossing is de juiste? Kinderen gaan hierover met elkaar in gesprek en verwoorden waarom een woord op een bepaalde manier dient te worden geschreven. Iedereen van de groep moet het uiteindelijk met elkaar eens zijn én elk lid van de groep moet dit op het einde kunnen uitleggen. Hierin ligt de sterkte van deze werkvorm: wie het kan uitleggen, die kent het ook.

Dit artikel van juf Ann De Dapper sluit aan bij ons talentenverhaal in cegopracticum Motiverend Onderwijs: talenten in de kijker (Heylen, Maes, Van Gucht). Zij is leerkracht in een Antwerpse school.